Tresoar-directeur Arjen Dijkstra: “Wij willen zorgvuldig zijn en onafhankelijk blijven”

In het hart van Leeuwarden huist Tresoar. Een combinatie van archief, bibliotheek en museum, een plek waar het geheugen van de provincie tastbaar wordt gemaakt. Sinds oktober 2022 staat Arjen Dijkstra aan het roer van deze culturele schatkamer. In een uitgebreid gesprek met Radio Spannenburg spreekt hij over zijn visie op erfgoed, digitalisering, het belang van taal, en over hoe het verleden relevant blijft.

“Elke dag voelt als een voorrecht”

Arjen Dijkstra, geboren in Dokkum in 1979, straalt wanneer hij over zijn werk spreekt. “Het is een van de mooiste plaatsen om te werken,” zegt hij. “Als je een liefde hebt voor het Fries, de taal, cultuur en geschiedenis, dan zit je hier goed.” Tresoar is voor hem geen statisch archief. Het is een levend instituut dat continu in beweging is.

“Ik ben historicus,” zegt hij. “Ik kijk naar het verleden, daar ben ik in gepromoveerd. Maar ik wil niet blijven hangen in wat geweest is. Mijn werk gaat ook over nadenken over de toekomst.” Die dubbele blik, naar achteren én vooruit, typeert zijn benadering. Tresoar moet geen gesloten kist vol oude papieren zijn, maar een open venster op de wereld.

Taal als sleutel tot identiteit

Dijkstra heeft een fascinatie voor de Friese taal én haar varianten. “Als klein jongetje sprak ik Dokkumers, mijn oma sprak Gronings, en ik spreek ook veel Nederlands. Al die varianten die op elkaar lijken, maar toch verschillend zijn, dat vind ik schitterend.” Het Fries is voor hem geen monument, maar een levende taal. “Fries lezen, daar is bijna niks leukers aan.”

Binnen Tresoar krijgt die liefde vorm in een groeiende museale functie die nauw verbonden is aan taal en literatuur. “We willen dat mensen hier het plezier van de Friese taal kunnen ervaren. Dat ze kunnen lezen, ontdekken, en genieten.”

Tresoar (foto: Sian Wierda)

De digitale paradox

Dijkstra is zich bewust van de paradox van de digitale tijd. Enerzijds maakt technologie veel mogelijk; anderzijds dreigt een gevaarlijk geheugenverlies. “We kunnen tegenwoordig van alles opslaan. Het bewaren is niet het probleem, maar het toegankelijk houden op de lange termijn is dat wel.”

Hij vergelijkt het met oude Word-documenten die je niet meer kunt openen. “Dat mag niet gebeuren bij een archief. Als dat gebeurt, raken we een deel van onze geschiedenis kwijt. Het is alsof je als samenleving geheugenverlies krijgt, een soort collectieve dementie.”

Digitalisering vraagt om investeringen en expertise, benadrukt Dijkstra. “AI is geen oplossing die alles oplost. AI kan niet de keuzes maken die mensen moeten maken. We hebben mensen nodig die weten wat waardevol is.”

Een levend instituut

Tresoar is in beweging. Niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk: er komen jaarlijks tienduizenden bezoekers over de vloer. Pre-corona lag dat aantal boven de 100.000, nu is dat wat gestabiliseerd rond de 80.000. Een belangrijke groep, de genealogen, doet hun onderzoek tegenwoordig thuis dankzij digitalisering.

Toch is het Dijkstra niet te doen om kwantiteit. “We willen mensen raken. Dat ze iets meenemen van hun bezoek. Een gedachte, een gevoel van verwondering.” De jeugd bereiken is daarbij een uitdaging. “Onze concurrentie is lachgas,” grapt hij, maar de boodschap is serieus: in een wereld van schermen moet cultuur zich inspannen om zichtbaar te blijven.

Verzetsvrouwen in De Fryske Marren: zorgvuldigheid boven snelheid

Een bijzonder thema die voor inwoners van De Fryske Marren momenteel relevant is, is de betrokkenheid van Tresoar bij het onderzoek naar verzetsvrouwen. Daar besloot de gemeenteraad dat vrouwen die in het verzet hebben gewerkt, beter zichtbaar moeten worden, bijvoorbeeld via straatnamen. Het college schakelde Tresoar in voor historisch advies.

“Als wij kunnen bijdragen aan het zichtbaar maken van de rol van vrouwen in de geschiedenis, doen we dat graag,” zegt Dijkstra. “Maar het moet zorgvuldig gebeuren.” Hij benadrukt dat Tresoar nooit heeft afgeraden om vrouwen te eren met straatnamen, zoals soms werd gesuggereerd. “We hebben alleen gezegd: wees zorgvuldig. Je wilt niet iemand op een bordje zetten die later omstreden blijkt.”

De aandacht voor verzetsvrouwen zoals Willy van der Gaast en Lena Koopmans is volgens Dijkstra terecht. Beiden waren tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het Friese verzet en stonden bekend om hun moed en inzet. De maatschappelijke roep om hen te eren is groot. Toch ziet Dijkstra het belang van breder onderzoek.

“We onderzoeken niet alleen deze twee vrouwen, maar willen een bredere richtlijn geven: hoe ga je om met historisch eerbetoon? Wat zijn de criteria? Wat zijn de risico’s? En hoe voorkom je dat je over twintig jaar moet zeggen: dit hadden we niet moeten doen?”

Dat klinkt traag, erkent hij. “Maar goede dingen kosten tijd. Het is geen kwestie van pannenkoeken bakken. Je wilt het in één keer goed doen.” Hij verwijst naar zijn tijd aan de Universiteit Groningen, waar hij betrokken was bij het benoemen van gebouwen. “Daar deden we dat ook heel zorgvuldig, juist om geen fouten te maken.”

Dijkstra begrijpt de frustratie van burgers als het lijkt alsof het lang duurt. “Maar ik heb veel vertrouwen in de onderzoeker die er nu op zit. Hij doet goed werk. En als dat rapport er ligt, hoop ik dat De Fryske Marren stappen kan zetten.”

Tresoar (foto: Sian Wierda)

De rol van Tresoar als kennispartner

De casus van De Fryske Marren staat niet op zichzelf. Tresoar wordt steeds vaker benaderd door gemeenten voor historische advisering. “We worden regelmatig gevraagd: kan dit, mag dat, klopt dit verhaal?” Dijkstra benadrukt dat Tresoar daarin onafhankelijk wil blijven. “We willen geen slager zijn die z’n eigen vlees keurt. Voor sommige vragen zijn universiteiten of de Fryske Akademy geschiktere partners.”

Die rol als sparringpartner in actuele maatschappelijke vragen past volgens Dijkstra goed bij de missie van Tresoar. “We bewaren niet alleen het verleden, we helpen ook bij het duiden ervan in het heden.”

Investeren in de toekomst

Ondanks de bezuinigingen in de culturele sector staat Tresoar er relatief goed voor. “We zijn heel zuinig geweest en kunnen nu zelfs een beetje investeren,” zegt Dijkstra. Maar dat moet niet verkeerd geïnterpreteerd worden, waarschuwt hij. “Dat is geen uitnodiging tot verdere bezuiniging. De uitdagingen die op ons afkomen, vooral op het gebied van digitalisering, zijn enorm.”

De toekomstvisie van Tresoar is ambitieus. Dijkstra wil de museale functie uitbouwen. “We willen dat mensen hier kunnen ronddwalen, dat ze een tentoonstelling kunnen bezoeken waar ze echt iets doen. Niet alleen kijken, maar meedoen.” Hij schetst een centrum waar de taal, literatuur en geschiedenis van Friesland op een moderne manier tot leven komen.

“Over vijf jaar hoop ik dat je hier rondloopt als in een echt museum. Waar je leert, ontdekt, studeert. Niet alleen stil bent en leest, maar ook beleeft.”

In tresoar ligt voor bijna 35 kilometer aan papieren boeken opgeslagen (foto: Jantine Weidenaar)

De kracht van het Fries

Alles wat Dijkstra zegt, ademt liefde voor de Friese taal. “Die taal maakt onze cultuur en geschiedenis net wat anders.” En nee, we praten over twintig jaar niet allemaal Engels, stelt hij resoluut. “Meer dan 130 jaar geleden voorspelde Waling Dijkstra dat niemand over honderd jaar nog Fries zou spreken. Kijk om je heen. Het gaat juist heel goed met het Fries.”

Volgens Arjen begint het met lezen. “Als we genoeg lezers hebben, dan hebben we schrijvers. En dan houden we de taal levend. Taal verandert, dat is het leven. Maar zolang we blijven lezen, praten en schrijven, blijft het Fries bestaan.”

Plezier

Op de vraag hoe het hem bevalt om directeur te zijn, antwoordt Dijkstra met bescheidenheid. “Dat moet je eigenlijk aan mijn collega’s vragen,” lacht hij. “Maar ik heb er veel plezier in. Ik werk graag met mensen. En ik ben er ook van om duidelijk te zijn. Wat goed gaat, dat zeg ik. Wat beter moet, dat zeg ik ook.”

Dijkstra blijft ook zelf onderzoek doen en publiceren, zij het in zijn vrije tijd. “Ik lees veel. Ik schrijf. En ik geef leiding met een idee waar we naartoe willen. En dat idee draait om één ding: het Fries.”

Geen piramide, maar open zijn

De term ‘schatkamer’ gebruikt Tresoar zelf niet veel meer, zegt Dijkstra. “Maar dat zijn we natuurlijk wel.” Het verschil zit in de benadering. “Je kunt een schatkamer hebben zoals bij een farao, diep verborgen in een piramide. Of je hebt een schatkamer die open is voor iedereen. Die laatste willen wij zijn.”

Redactie
Redactie
Heb je tips voor de nieuwsredactie? Stuur ons een e-mail op info@radiospannenburg.nl

Gerelateerd nieuws