Op zijn 65e besloot Obe Slippens een jeugddroom waar te maken: het verzamelen en rijden van bijzondere vrachtwagens. Inmiddels staan er twee pronkstukken in zijn loods, elk met een rijke geschiedenis. Maar nu overweegt hij afscheid te nemen van één van zijn wagens: de groene vrachtwagen uit 1963.
Als kleine jongen was Obe al gefascineerd door vrachtwagens. Dat zat in de familie, want zowel zijn vader als zijn opa hadden een transportbedrijf. ”Ik zei altijd: als ik ooit 65 jaar word en de middelen heb, dan koop ik een paar mooie vrachtwagens. En dat heb ik gedaan.”

Luxeauto’s zoals een Mercedes of een Jaguar heeft hij in het verleden gehad, maar die wereld paste niet bij hem. ”Bij vrachtwagens ontmoet je een ander soort mensen, daar voel ik mij meer thuis. Dit is gewoon geweldig.”
Geschiedenis van de wagens
De groene vrachtwagen uit 1963 is voor Obe extra bijzonder. Het is namelijk hetzelfde type als waar zijn vader vroeger mee reed. ”Toen ik deze tegenkwam, wist ik: die moet ik hebben.” Toch staat deze wagen nu te koop. ”Hij is prachtig, maar praktisch gezien lastig. Geen stuurbekrachtiging en een hoge instap, daar moet je bijna een trapje bij hebben. Ik wil hem niet zomaar aan iedereen kwijt, er moet iemand zijn die er echt liefde voor heeft.”

Naast de groene staat er nog een blauwe vrachtwagen uit 1974. Die heeft een indrukwekkend verleden. Deze wagen is ooit ingezet door transportbedrijf Combat en later dertig jaar lang hét boegbeeld van Texel als promotiewagen. ”Toen ik hoorde dat deze te koop stond, twijfelde ik geen moment. Iedereen in de vrachtwagenwereld kent deze auto.”

Meer dan alleen rijden
Obe geniet van de tochten en evenementen. Soms blijft hij er zelfs voor overnachten, gewoon in de vrachtwagen. ”Er zit een bed, koelkast en wc in, dus ik heb alles bij me.”

De hobby krijgt geen opvolging binnen de familie, maar Obe blijft er zo lang mogelijk van genieten. ”Ik hoop er nog jaren plezier van te hebben. Het gaat niet alleen om de wagens, maar ook om de mensen die je ontmoet. Overal waar je komt, zijn er gesprekken en verhalen. Dat maakt deze hobby zo mooi.”



