Wereldberoemde wielrenners als Mads Pedersen, Geraint Thomas en Thomas Pidcock wonnen in het verleden de juniorenkoers van Parijs-Roubaix. Nu staat Thijs Wiersma (18) uit Sint Nicolaasga ook in dat rijtje.
Het is nog rustig op het Vélodrome André Petrieux als Wiersma met twee van zijn concurrenten de betonnen wielerbaan opdraait.
Daar ligt de iconische finish van de wielerklassieker Parijs-Roubaix, die ook wel de ‘de Hel van het Noorden’ wordt genoemd.
Uren voordat Wout van Aert zijn handen bij de profs omhoog steekt, doet Wiersma dat al. Hij rekent in de sprint af met tegenstander Karl Herzog uit Duitsland.

Parijs-Roubaix is elk jaar een belangrijke wedstrijd voor de junioren. Natuurlijk is het mooi om als eerste aan te komen op het velodrome, maar dat is maar een klein deel van de wedstrijd.
De slechte Noord-Franse boerenweggetjes spelen namelijk een hoofdrol in de koers.
Eén dag per jaar vliegen renners over de stenen, verder gebruiken alleen de lokale boeren deze slechte paden. “Het ligt er allemaal heel slecht bij”, zegt Wiersma.
“Van de 106 kilometer die deze wedstrijd telt, reden wij 36 kilometer over die slechte stenen.”
Heroïek
Dat kan wel anders, zou je zeggen. Maar in Parijs-Roubaix draait om heroïek en dus kijken wielerliefhebbers ieder jaar uit naar de ‘Helleklassieker’.
Het uit de problemen blijven is een belangrijk deel om de wedstrijd te winnen en dat lukte Wiersma zondag heel aardig.
“Al op de tweede kasseistrook moest ik van fiets wisselen, maar verder ging het goed”, vertelt Wiersma. “Geen lekke banden, geen valpartijen.”
Toch gebeurde er genoeg. “Op de zevende strook (Cysoing à Bourghelles, red.) reed ik weg van het peloton naar de kopgroep die op dat moment vooruit was.”

Samen met ploegmaat Gijs Winters reed hij daarna naar de voorste man in de wedstrijd, die uit de kopgroep was weggereden.
Op het Carrefour de l’Arbre, een van de moeilijkste kasseistroken in Roubaix, knalde de Franse renner op een toeschouwer en werd hij uitgeschakeld voor de winst.
Solo
Winters kon geen kant op en vloog ook onderuit, Wiersma kon er net omheen en was daardoor alleen weg.
Een paar kilometer van het einde werd de Fries nog bijgehaald door achtervolgers en moest hij op de wielerbaan zijn tegenstanders verslaan.
Geen solo-ererondjes, maar in de sprint lukte het hem om toch te winnen. “Er zat niets anders op dan de sprint te winnen en dat lukte gelukkig.”
Fietsen of schaatsen?
Met zijn 18 jaar is Wiersma een multitalent. Want hij kan ook hard schaatsen, liet hij deze winter zien met een wereldrecord op de 3.000 meter en verschillende medailles bij het WK voor junioren in Inzell.

In welke sport hij verder wil, weet hij niet. “Het liefst wil ik niet kiezen. Ik vind beide heel leuk, ik word van beide sterker in de andere sport. Tot nu toe zijn er geen redenen om de een te laten vallen voor de ander.”
En in het schaatsen heeft hij ook nog ambitie: “Dit jaar won ik nog geen gouden medailles op het WK, dat komt volgend seizoen wel.”
Interesse van wielerploegen
Met de winst in een klassieker als Parijs-Roubaix gaan er wel deuren open, dat is zeker. Insiders in de wielerwereld denken dat Wiersma in de toekomst naar een van de grote ploegen kan.
Hij zit nu bij De Jonge Renner, een wielerclub die wordt gesteund door Visma-Lease A Bike (de ploeg van Roubaix-winnaar Wout van Aert, red.).
“Dat speelt wel”, zegt Wiersma over de interesse. Maar hij kan er nog niet veel over zeggen. “Ik ben er niet echt mee bezig.”
Groot doel
Na de schaatswinter trok Wiersma zijn seizoen door aan Parijs-Roubaix. Nu pakt hij even rust, daarna gaat de blik weer op zowel het fietsen als schaatsen.
Het eerste grote doel is een mooie: “Ik hoop dat ik mezelf plaats voor het WK tijdrijden in Montreal, daar wil ik graag hoge ogen gooien.”

