Het NOV Museum in Ouwsterhaule zoekt dringend nieuwe vrijwilligers om het rijdende erfgoed van Friesland in leven te houden. Zonder extra hulp wordt het steeds lastiger om de historische bussen op de weg én in goede staat te houden.
Historie behouden
Bij het Nationaal Openbaar Vervoer Museum in Ouwsterhaule staan meerdere historische bussen opgesteld. Van een oldtimer uit 1958 tot modernere exemplaren uit 2013: iedere bus vertelt een stukje Friese geschiedenis.

Volgens secretaris Janny Oudhuis is dat precies waarom het museum moet blijven bestaan: “In Friesland is altijd al openbaar vervoer geweest, dat is een stukje cultuur. Het behoud van de oldtimerbussen is gewoon iets wat je drijft en wat je mooi vindt.”
Vrijwilligers hard nodig
Momenteel staat het museum voor een uitdaging. Met ongeveer twintig vrijwilligers is de bezetting krap. Vooral chauffeurs, monteurs en mensen voor onderhoud rondom het museum zijn hard nodig.
Vrijwilligers draaien één of meerdere dagen mee in het museum. De dag begint rustig: “We beginnen niet heel vroeg, om 10 uur. Eerst een kop koffie en even bijpraten”, vertelt Oudhuis. Daarna gaat iedereen aan de slag met zijn eigen werkzaamheden.

Nieuwe vrijwilligers krijgen geen vergoeding, omdat het museum dat financieel niet kan dragen. Toch hoopt Oudhuis dat vooral jongeren interesse blijven houden in het historische vervoer.
Sleutelen met passie
Vrijwilliger Jan Rijpkema is al acht jaar betrokken is bij het museum en zegt hierover: “Het is prachtig mooi. Eén dag in de week, je kunt heerlijk je gang gaan en echt het oude spul opknappen.” Ook hij vindt het belangrijk dat de oude bussen behouden blijven en helpt daarom bij het onderhouden van deze bussen.
Oproep aan nieuwe vrijwilligers
Oudhuis haar oproep aan twijfelaars is duidelijk: “Kom maar een keer kijken wat we doen en wat het is. Kom gewoon langs.”
De toekomst van het museum hangt volgens Oudhuis sterk af van nieuwe vrijwilligers. Zonder extra hulp wordt het steeds moeilijker om de bussen in goede staat te houden. De gedachte dat het museum ooit zou moeten stoppen, raakt haar zichtbaar. “Dat breekt mijn hart.”
