De rechtbank Noord-Nederland heeft een hoge dwangsom voor permanente bewoning van een recreatiewoning in De Fryske Marren fors verlaagd. Ook het besluit om de volledige boete van 15.000 euro te innen is vernietigd. De uitspraak dateert al van begin maart, maar is nu pas openbaar gemaakt door de rechtbank.
Het echtpaar gebruikte een recreatiewoning in gemeente De Fryske Marren als hoofdverblijf, wat volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan. De gemeente legde daarom een dwangsom van 15.000 euro ineens op als de bewoning niet uiterlijk 1 juli 2024 zou worden beëindigd.
Afwijken van eigen beleid
Volgens de rechtbank heeft de gemeente onvoldoende uitgelegd waarom zij afweek van haar eigen, recentere beleid. Dat beleid gaat uit van een dwangsom van 1.500 euro per week, met een maximum van 15.000 euro. De rechter heeft die regeling nu zelf toegepast.
Onvoldoende onderzoek
Ook de invordering van de boete houdt geen stand. De gemeente baseerde zich volgens de rechter vooral op een inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP), maar onderzocht onvoldoende waar het stel feitelijk woonde.
De rechtbank stelt dat een BRP-inschrijving alleen een aanwijzing is en niet automatisch bewijst waar iemand daadwerkelijk verblijft.
Opnieuw beslissen
Wel concludeert de rechter dat het echtpaar vermoedelijk nog één week na de gestelde deadline in de recreatiewoning verbleef. Daardoor kan mogelijk één wekelijkse dwangsom van 1.500 euro worden ingevorderd.
De gemeente moet nu opnieuw besluiten of en hoeveel dwangsom uiteindelijk wordt geïnd.


